De zon komt langzaam op en er ligt nog een dunne laag dauw over het gras. Het erf is stil, tot de eerste beweging ontstaat. Een paard dat zich uitstrekt, een ander dat zijn hoofd optilt, en binnen een paar minuten komt alles tot leven. Het weideseizoen is begonnen.
Het is precies dat moment waarop ik mensen hoor zeggen: “Lekker hè, eindelijk wat rust.”
En ergens snap ik dat, want het lijkt ook zo. Meer buiten, meer vrijheid, minder gedoe.
Maar als je goed kijkt, is dit niet het moment waarop het makkelijker wordt.
Dit is het moment waarop het verschil ontstaat.
“Jij hebt echt geluk…”
Die hoor ik vaker.
“Makkelijk praten voor jou, jouw paarden zijn altijd hetzelfde. Altijd rustig, altijd stabiel.”
Ik leun dan vaak even tegen het hek en kijk naar de kudde voordat ik antwoord geef. Niet omdat ik het antwoord niet weet, maar omdat ik wil dat diegene zelf even nadenkt.
“Waardoor denk je dat dat komt?” vraag ik dan.
En meestal blijft het stil.
Want van buiten ziet het er eenvoudig uit
Je ziet paarden die buiten staan, die spelen, die grazen en er ontspannen uitzien. Het lijkt alsof ze het zelf regelen, alsof het vanzelf gaat en alsof het karakter is.
Maar wat je ziet, is het resultaat. Niet het proces.
En dat proces begint niet in de wei. Dat begint al uren eerder.
Mijn dag begint om half 8
Niet met rijden, maar met voeren. In alle rust, maar wel met duidelijkheid. Daarna ga ik het land op en vul ik de hooinetten. Altijd meer netten dan paarden, zodat er geen strijd ontstaat en iedereen zijn plek kan vinden zonder spanning.
Het water wordt ververst, elke dag opnieuw, omdat schoon en voldoende water geen luxe is maar een basis. Daarna gaat de mest eruit, niet omdat het “erbij hoort”, maar omdat het direct invloed heeft op rust, gezondheid en zelfs op het aantal vliegen. Het is simpel werk, maar het maakt een groot verschil.
Pas daarna gaan de paarden naar buiten. En ja, dan zie je die explosie van energie waar iedereen zo van houdt. Ze rennen, ze spelen, ze zoeken elkaar op. Het is mooi om te zien en precies het moment waarop veel mensen denken: “Zie je wel, ze redden zich prima zo.”
Maar dat is het moment waarop het werk verschuift
Niet stopt.
Terwijl de paarden buiten zijn, gaan de stallen door. Elke dag opnieuw, ook op zondag. Natte plekken worden weggehaald, bakken worden schoongemaakt, hooi wordt klaargelegd voor de avond. Het zijn geen grote, indrukwekkende taken, maar juist die constante herhaling zorgt voor stabiliteit.
Training zit bij mij niet in uren maken, maar in keuzes maken. Mijn paarden worden om en om getraind, afhankelijk van het weer, de planning en vooral van wat het paard op dat moment nodig heeft. De ene keer ligt de focus meer op het lichaam, de andere keer op het gedrag, maar er zit altijd een gedachte achter.
Aan het eind van de dag begint het echte kijken
Wanneer ik ze weer naar binnen haal, neem ik de tijd. Niet even snel, maar bewust. Ik poets ze, loop ze na en voel of er iets veranderd is. Een kleine reactie, een plek die anders aanvoelt, een beweging die net niet helemaal klopt. Dat zijn dingen die je alleen ziet als je echt kijkt.
En ja, ik leg ze net zo in bed als vroeger mijn dochters. Na een dag buiten, schoon, rustig en klaar voor de nacht. Het is misschien een simpel beeld, maar voor mij zegt het alles. Ik hou van schoon, maar nog meer van rust.
Het voeren in de avond is nooit standaard. Het wordt afgestemd op wat er die dag is gebeurd. Heeft een paard intensief gewerkt, dan krijgt hij iets anders dan wanneer de dag vooral in het teken stond van mentale rust. Het gaat niet om schema’s op papier, maar om reageren op wat er voor je staat.
Rond acht uur is de laatste ronde. Ik kijk of alles gegeten is, leg extra hooi bij en geef nog wat wortels. En voordat ik zelf mijn ogen sluit, check ik nog één keer via de camera. Niet uit controle, maar uit verantwoordelijkheid.
Dit doe ik zeven dagen per week
Het hele jaar door.
In de winter gaan ze eerder naar binnen omdat het donker eerder valt. In de zomer blijven ze langer buiten omdat het licht en het weer dat toelaten. Maar één ding verandert nooit: ik kijk elke dag opnieuw naar wat mijn paarden nodig hebben.
Niet wat handig is. Niet wat uitkomt. Maar wat nodig is.
En ondertussen gebeurt er iets wat je niet ziet
In het gras.
Vooral in het voorjaar, wanneer koude nachten worden gevolgd door zonnige dagen, stijgt het fructaangehalte. Je ziet het niet, maar het zit er wel. En het heeft invloed op alles.
Op het lichaam.
Op het gedrag.
Op de bereidheid van je paard.
En dan hoor ik vaak: “Hij is zo veranderd…”
Maar dat is niet waar.
Het seizoen veranderde.
En de manier van kijken veranderde mee.
Dit is waar het vaak misgaat
Mensen blijven hangen in het idee dat “ongeveer goed” voldoende is. Dat als een paard buiten staat en er ontspannen uitziet, het wel goed zit. Net zoals mensen denken dat één training per week genoeg is om progressie vast te houden.
Het probleem zit zelden in wat je doet.
Het zit in hoe scherp je kijkt naar wat er gebeurt.
Mijn paarden zijn niet “gewoon zo”
Ze zijn het resultaat van consequent zijn. Van blijven kijken, blijven aanpassen en blijven leiden, ongeacht het seizoen of de omstandigheden.
Niet omdat ik meer doe dan anderen.
Maar omdat ik preciezer ben in wat ik doe.
Is het veel werk?
Ja.
Maar het levert iets op wat je niet kunt kopen en niet kunt forceren:
Rust.
Richting.
Resultaat.
Elke dag opnieuw.
Wil jij dat jouw paard niet elk seizoen “anders” voelt?
Start met “Rust in je training”
En ontdek waar jij nog te globaal kijkt en hoe je dat verandert.
Meld je aan voor en 1-op-1 intensive!