Vannacht schrok ik wakker van de regen.
Niet een beetje regen.
Echt van die harde kletterende regen die tegen je raam slaat alsof iemand met grind aan het gooien is. De wind huilde om het huis heen en ergens half slapend draaide ik me nog een keer om onder mijn warme dekbed.
En toen dacht ik direct aan mijn paarden.
Aan hoe blij ik was dat ze gisteravond naar binnen waren gegaan.
Niet omdat mijn paarden mietjes zijn. Absoluut niet.
Maar omdat ik weet wat zo’n nacht doet met een paardenlichaam wanneer ze geen echte schuilmogelijkheden hebben.
Mijn land heeft op dit moment geen beschutte inloopstal of natuurlijke windbrekers waar paarden echt droog en uit de wind kunnen staan. En eerlijk? Zo’n nacht als vannacht is biomechanisch gewoon zwaar.
Zeker nu.
Want dit wisselweer van mei is verraderlijker dan veel mensen denken.
Overdag liep je misschien nog in een shirt buiten met temperaturen boven de 20 graden. De paarden lagen relaxed in de zon. Alles voelde bijna zomers.
En vervolgens draait het ’s nachts compleet om:
koude wind, harde regen, natte vachten en een gevoelstemperatuur die ineens richting winter gaat.
Dat vraagt ontzettend veel van het lijf van een paard.
Want paarden zijn meesters in aanpassen. Ze blijven vaak gewoon eten, lopen en kijken je aan alsof er niks aan de hand is. Maar ondertussen is hun lichaam continu bezig met:
- warmte produceren,
- spieren aanspannen,
- energie verbranden,
- opdrogen,
- en opnieuw temperatuur reguleren.
En dát zie je later vaak terug in training.
Niet altijd direct extreem. Soms juist subtiel:
- een paard dat wat strakker aanvoelt,
- iets minder soepel beweegt,
- sneller spanning opbouwt,
- minder softness laat zien,
- of gewoon nét wat minder comfortabel in zijn lijf zit.
Veel mensen noemen dat dan “voorjaarsdrukte” of “lente-energie”.
Maar regelmatig zie je simpelweg een lichaam dat hard heeft moeten werken om zichzelf comfortabel te houden.
En nee, daarmee zeg ik niet dat ieder paard meteen onder een dikke deken moet verdwijnen zodra het regent. Helemaal niet.
Een gezond paard met goede vacht, voldoende beweging, ruwvoer en beschutting kan enorm veel hebben. Paarden zijn ongelooflijk sterk.
Maar er zit een groot verschil tussen:
“een paard kan het overleven”
en
“een paard voelt zich fysiek comfortabel genoeg om optimaal te herstellen en ontspannen te bewegen.”
Dat laatste vergeten we soms.
Vooral bij paarden die:
- in training staan,
- spieren opbouwen,
- ouder zijn,
- gevoelig zijn op hun lijf,
- geschoren zijn,
- of intensiever gereden worden.
Want koude, natte spieren functioneren nu eenmaal anders dan warme, ontspannen spieren. Dat is geen emotie, dat is fysiologie.
Vanuit de sportwereld weten we al jaren dat spieren bij kou en spanning:
- stijver worden,
- minder elastisch bewegen,
- trager reageren,
- en meer energie vragen.
Bij paarden zie je exact hetzelfde terug.
En juist daarom geloof ik persoonlijk niet zo in die harde regels van:
“Het is mei dus alles moet af.”
Ik geloof veel meer in kijken.
Observeren.
Voelen.
Bij 20 graden en zon overdag? Heerlijk, die dekens af. Laat ze genieten van de warmte en lucht.
Maar wanneer er ’s nachts storm, regen en flinke temperatuurdalingen aankomen? Dan vind ik het helemaal niet vreemd om een paard tijdelijk extra comfort te geven. Of om ze binnen te zetten wanneer je geen goede schuilmogelijkheden hebt.
Niet omdat ze zwak zijn.
Maar omdat goed management soms gewoon betekent dat je vooruit denkt.
En misschien is dát uiteindelijk wel de belangrijkste boodschap in deze hele discussie:
niet kijken naar de kalender… maar naar het paard dat voor je staat.
Want rust begint niet pas tijdens het rijden.
Rust begint al in herstel. In comfort. In een lichaam dat niet de hele nacht bezig is geweest met overleven in kou, wind en regen.
Food for thought:) Hoe hou jij rekening met je training en het weer?