Waarom vertrouwen we zo vaak op wat goed voelt,
terwijl zorg zich pas laat zien over tijd?
Ze is jong.
Ze voelt zich goed.
Ze zit lekker in haar vel.
Ze eet waar ze zin in heeft.
Patat. Koekjes. Wijntje. Nog een wijntje.
Geen probleem — ze komt niet aan.
Ze kijkt in de spiegel en denkt:
Zie je wel? Mijn gevoel klopt. Het gaat prima.
En eerlijk is eerlijk:
op dat moment is dat ook zo.
Maar zorg leeft niet in het moment.
Zorg leeft in de tijd.
Vijftien jaar later is het beeld anders.
Niet ineens.
Niet dramatisch.
Maar sluipend.
Vermoeidheid die blijft hangen.
Pijntjes die niet meer weggaan.
Een lijf dat minder kan hebben.
Waarden die niet meer kloppen.
Grenzen die zich aandienen.
Niet omdat ze dom was.
Niet omdat ze niet voelde.
Maar omdat gevoel alleen keek naar vandaag.
Wat goed voelde,
bleek op de lange termijn niet goed te zijn.
En dit is precies waar het vaak misgaat bij zorgen.
Voor jezelf.
En voor paarden.
Bij paarden doen we veel vanuit gevoel.
“Hij ziet er goed uit.”
“Hij vindt dit fijn.”
“Het voelt zielig om dit niet te doen.”
“Ik wil hem niet beperken.”
Maar een paard, net als wij,
laat zelden meteen zien wat iets op termijn doet.
Het lichaam betaalt later.
Altijd.
Goed zorgen betekent daarom niet:
doen wat goed voelt.
Goed zorgen betekent:
weten wat klopt.
Kennis hebben.
Begrijpen hoe een lijf werkt.
Weten wat belasting doet.
En keuzes maken die niet altijd comfortabel zijn.
Niet hard.
Niet koud.
Maar verantwoordelijk.
Gevoel vertelt je hoe iets nu voelt.
Verantwoordelijkheid vraagt:
wat doet dit over vijf, tien, vijftien jaar?
En dát is waar leiderschap begint.
In de paardenwereld noemen we zorg vaak welzijn.
Een mooi woord.
Veel gebruikt.
Maar welzijn klopt alleen
als kennis, gevoel en handelen samenkomen.
Welzijn is geen mening.
Welzijn is zorg.
En zorg is verantwoordelijkheid.
Wat goed voelt,
is niet altijd goed.
Wat goed is,
vraagt soms dat je verder kijkt dan vandaag.