Je paard doet alles wat je vraagt. Maar begrijpt hij het ook?

In september vorig jaar kochten wij Maui. Een Quarter Horse met een mooie bloedlijn, volledig opgeleid — of zoals dat zo mooi heet: helemaal ‘af’. Een leuk wedstrijdpaard voor Mikky. Op papier klopte alles en onder het zadel eigenlijk ook. Maui kon stoppen, spinnen, mooie cirkels galopperen en netjes stappen. Hij voerde alle manoeuvres uit die je van een goed opgeleid Quarter Horse mag verwachten. Het zag er mooi uit.

Totdat ik hem zelf ging rijden.

Ik voelde vrijwel direct dat Maui zijn oefeningen uitvoerde alsof hij een machine was. Hij droeg zijn lichaam niet werkelijk, boog niet echt rond door de bochten en hing in mijn hand. Hij kende de manoeuvres, maar leek niet bewust te luisteren naar de afzonderlijke hulpen die ik gaf. Alsof iemand hem een aantal vaste antwoorden had geleerd die hij razendsnel uit zijn hoofd had geleerd. Vraag je iets wat op hulp A lijkt? Dan geef ik antwoord A. Beweeg je op een bepaalde manier? Dan zal er waarschijnlijk een spin of overgang komen.

Zolang de vraag binnen zijn bekende script paste, leek Maui een perfect opgeleid paard. Maar zodra ik iets anders vroeg of een hulp nauwkeuriger wilde uitleggen, ontstond er verwarring.

Afgericht zijn is niet hetzelfde als begrijpen

Tijdens het grondwerk werd dat heel duidelijk. Een relatief eenvoudige oefening, zoals het gecontroleerd opzijzetten van de achterhand, leverde al spanning op. Zijn hoofd ging omhoog, zijn ogen werden groot en zijn hele uitdrukking leek te zeggen: Ik begrijp het niet. Zeg me alsjeblieft welk antwoord je wilt.

Dat was het moment waarop ik tegen Mikky zei: “We gaan hem eerst resetten. We gaan opnieuw zijn fundering leggen.”

Maui voerde veel uit door te gokken. Hij had bepaalde manoeuvres waarschijnlijk zo vaak herhaald dat hij ongeveer wist welk antwoord er van hem werd verwacht. Dat kan er indrukwekkend uitzien. Het paard reageert snel, draait vlot en lijkt ontzettend goed aan de hulpen te staan. Maar snelheid is niet automatisch begrip. Gehoorzaamheid is niet automatisch ontspanning. En een paard dat stilstaat, is niet automatisch rustig.

Dat laatste wordt binnen de paardentraining enorm vaak gemist. We beoordelen de buitenkant: het paard staat stil, het hoofd is laag, de oefening wordt uitgevoerd en de ruiter kan de beweging controleren. Dus concluderen we dat het goed gaat. Maar technisch slagen voor een oefening zegt nog niets over wat het paard lichamelijk en mentaal ervaart.

Stil, onder controle of werkelijk ontspannen?

Bij Maui leerde ik nog scherper onderscheid te maken tussen drie totaal verschillende toestanden: stil, onder controle en werkelijk ontspannen.

Wanneer Maui stil maar waakzaam staat, kan hij er op het eerste gezicht rustig en zelfs schattig uitzien. Kijk je beter, dan zie je een hoge ademhaling en spanning in zijn beenspieren. Hij staat niet ontspannen. Hij staat paraat: Ik ben er klaar voor. Zeg maar wat ik moet doen, dan ga ik direct. Hij beweegt niet, maar vanbinnen staat alles al aan.

Wanneer hij onder controle is, voert hij uit wat er gevraagd wordt. Zijn hoofd en hals kunnen laag zijn, waardoor het lijkt alsof hij ontspant. Maar zijn hoofd-halsverbinding wordt korter. De hals lijkt misschien lang, terwijl je bij de schoft en in de bovenste halsspieren nog duidelijk spanning ziet. In je hand voel je dat hij niet werkelijk loslaat. Het plaatje lijkt correct, maar het lichaam vertelt een ander verhaal.

Bij werkelijke ontspanning wordt Maui’s gezichtsuitdrukking zacht. Zijn oren staan rustig naar voren, zijn spieren verliezen hun paraatheid en zijn beweging wordt gelijkmatiger. Hij probeert niet langer zo snel mogelijk een antwoord te geven. Hij kan wachten, luisteren en de hulp verwerken. Dan is hij niet alleen fysiek aanwezig. Dan is hij ook werkelijk bij ons.

De Maserati-wissel

Een oefening waarbij dit heel duidelijk werd, was het wisselen van kant aan de enkele lijn. Zodra ik een stap naar achteren zette, ging Maui in de ankers en draaide hij als een Maserati om. Razendsnel. Alsof hij dacht: O, ik weet het al. Ik moet omdraaien!

Technisch wisselde hij van kant. Je zou dus kunnen zeggen dat de oefening lukte. Maar hij reageerde op een patroon. Hij wachtte niet totdat mijn volledige vraag duidelijk was.

Daarom maakte ik de oefening kleiner. In plaats van direct een volledige wissel te vragen, nam ik hem eerst rustig met mij mee naar achteren. Pas daarna wees ik hem de andere richting. Zo kon hij in een gelijkmatig tempo van kant wisselen, zonder zich af te zetten en zonder door de beweging heen te schieten. We herhaalden dit rustig, in korte sessies. Niet om hem murw te oefenen, maar om hem de tijd te geven iedere afzonderlijke hulp te herkennen en te begrijpen.

Wanneer zijn ogen groot werden en hij weer in zijn ‘help me, ik begrijp het niet’-reactie schoot, ging ik niet meer druk zetten. Ik ademde diep uit en liet hem op afstand even stilstaan. Ik wachtte totdat zijn lichaam weer zachter werd en pakte daarna de oefening opnieuw op.

Nu heeft hij soms nog steeds een moment waarop hij denkt: hup, hup, snel antwoorden. Maar wanneer ik uitadem en mijn eigen lichaam rustig draag, kan hij steeds beter terugkomen. Niet omdat ik hem tegenhoud, maar omdat hij leert dat hij niet hoeft te haasten om het goede antwoord te geven.

Zijn lichaam waarschuwde ons al

Maui liet tijdens het rijden ook zien dat zijn aangeleerde controle niet hetzelfde was als werkelijke veiligheid. Hij kon plotseling weggalopperen en wilde dan niet goed stoppen. De one-rein stop zat er onvoldoende bevestigd in.

Dit wordt al snel een gevaarlijke combinatie. Een ruiter voelt dat het paard weg kan schieten en neemt uit voorzorg meer teugel aan. Het paard ervaart meer druk, wordt korter in zijn lichaam en bouwt nog meer spanning op. De ruiter voelt dat en gaat nóg meer controleren. Zo ontstaat een neerwaartse spiraal.

Wanneer wij gewoon waren blijven doorrijden, hadden we Maui’s stress waarschijnlijk steeds verder opgebouwd. Het wegrennen had erger kunnen worden. Ook zijn luchtzuigen — waarvan we bij de aankoop al wisten en wat we met goed stalmanagement zo veel mogelijk beperken — had onder aanhoudende stress kunnen toenemen.

Daarom ben ik de one-rein stop eerst afzonderlijk gaan oefenen. Niet één keer en vervolgens aannemen dat hij het wel zou begrijpen. We hebben het stoppen heel vaak rustig herhaald, zonder ondertussen allerlei andere prestaties te verlangen. Totdat hij zeker werd van de hulp en wist welk antwoord er van hem werd gevraagd.

Want ook de one-rein stop is geen magische noodknop. Je kunt een hulp niet ineens in een spannend of gevaarlijk moment inzetten wanneer het paard die hulp in ontspanning nog niet werkelijk heeft leren begrijpen. Onder grote stress schakelt een paard steeds meer over van nadenken naar reageren. Een paard dat alleen nog reageert vanuit vlucht, angst of druk is veel moeilijker bereikbaar en bestuurbaar. Veiligheid ontstaat daarom niet pas op het moment dat het misgaat. Veiligheid train je op de rustige momenten daarvoor.

Kun jij echt zitten, of blijf je op je hoede?

Om te beoordelen of een paard een oefening werkelijk verwerkt heeft, kijk ik niet alleen naar de uitvoering. Zet je paard eens stil en voel wat er in zijn lichaam gebeurt. Voel je een rustige ademhaling? Of voel je de beenspieren licht trillen, alsof hij ieder moment weer aan het werk moet? Blijft hij ontspannen in je hand? Of moet je steeds wat teugel opnemen om hem stil te houden? Is hij zacht in zijn kaak? Of voel je via het bit nog steeds spanning in je hand?

En misschien wel de eerlijkste vraag: kun jij werkelijk ontspannen zitten, of blijf je onbewust op je hoede?

Ik zie regelmatig ruiters quasi-nonchalant op hun paard rondstappen. Eén hand aan de teugel, losjes in het zadel en met een houding alsof ze willen uitstralen: Kijk mij eens ontspannen en zonder angst zitten.

Maar ondertussen stapt het paard zó gehaast dat het bijna draaft. Het hoofd blijft hoog, de spieren staan strak en iedere pas zegt: Ik sta aan. Ook de ruiter zit helemaal niet werkelijk ontspannen. Misschien hangen de teugels los, maar het lichaam verraadt alles: de benen klemmen, de ademhaling zit hoog en de ruiter is ondertussen voortdurend bezig met wat het paard misschien gaat doen.

Dat is geen ontspanning. Dat is bravoure. En bravoure maakt een paard niet rustiger of veiliger.

Doe op zo’n moment niet alsof er niets aan de hand is. Laat je paard ook niet eindeloos in die gehaaste, gespannen stap doorgaan. Ga sturen. Geef hem een duidelijke, begrijpelijke taak en leer hem hoe echte ontspanning voelt. Rijd rustige lijnen en overgangen, maak de oefening overzichtelijk en help hem terug te komen in een gelijkmatig ritme. Niet door hem vast te zetten of harder te laten werken, maar door richting te geven aan de energie die nu alle kanten op schiet.

Een lange teugel betekent namelijk niet automatisch dat een paard ontspannen is. En een korte teugel betekent niet automatisch dat een ruiter controleert. Het gaat om wat er in de verbinding gebeurt. Kun je contact maken zonder strijd? Kan je paard naar je hulp luisteren zonder te versnellen, zich vast te zetten of een antwoord te gokken? Kan hij tijdens én na de oefening weer loslaten?

Na een training wil ik aan een lange teugel kunnen stappen. Niet in een gehaaste stap met het hoofd omhoog, een strakke hals, knarsende tanden, hoofdschudden of een onrustig zwiepende staart. Ik wil voelen dat het lichaam weer loslaat. Dat het tempo zakt zonder dat ik iedere pas hoef te controleren. Dat ik niet hoef te doen alsof ik ontspannen ben, omdat mijn paard en ik het daadwerkelijk zijn.

Een paard dat rustig uitademt, soms briest en met een lange hals in een gelijkmatig tempo door de bak stapt, laat andere signalen zien dan een paard dat de oefening wel heeft uitgevoerd, maar lichamelijk nog volledig ‘aan’ staat.

Eén signaal op zichzelf — zoals briesen, likken of kauwen — is geen sluitend bewijs van ontspanning. Kijk altijd naar het totaalbeeld: de ademhaling, ogen, spieren, kaak, hals, beweging, het tempo en vooral het herstel na de oefening.

Ook moeten pijn en lichamelijk ongemak serieus worden uitgesloten. Problemen met het zadel, gebit, hoeven, maag, voeding, spierbelasting of management kunnen gedrag en spanning veroorzaken of versterken. Goede training vervangt geen lichamelijke diagnostiek.

Vertrouwen laat zich niet afdwingen

Mikky moest na de onverwachte momenten opnieuw ontdekken hoe ze Maui veilig en ontspannen kon rijden. Dat vertrouwen kwam niet terug door hem steviger vast te houden. Het kwam terug doordat zij samen een duidelijkere basis kregen. Nu kan ze weer met ontspannen, lange teugels door de baan rijden.

Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een perfecte spin of snelle galopcirkel. Voor mij is het juist veel waardevoller. Want een manoeuvre zegt alleen wat een paard kan uitvoeren. De stappen daarna vertellen hoe hij zich werkelijk voelt.

Vertrouwen opbouwen kost tijd. Je moet jezelf en je paard die tijd ook durven geven. Niet iedere training hoeft meer, sneller of moeilijker. Soms zit de grootste vooruitgang in één rustige wissel van kant. Eén hulp waarop je paard niet gokt. Eén moment waarop hij na verwarring weer bij je terugkomt. Elke training een beetje meer.

Voor mij is een oefening pas echt gelukt wanneer ik na de training met een lange teugel in een ontspannen sjokstap door de bak kan rijden, met een paard dat zijn hoofd lekker laat hangen — zonder dat ik het gevoel heb dat ik moet opletten omdat hij ieder moment kan schrikken of wegschieten.

Ik kijk daarom niet alleen of je paard doet wat je vraagt. Ik kijk of hij het begrijpt, kan verwerken en daarna werkelijk kan loslaten.

Dat is het verschil tussen stil, onder controle en echt ontspannen.

Wordt onderdeel van de The Hercules Method ⚡

Ontvang inspiratie, trainingen en events rechtstreeks in je inbox.